Enkel seal Plan 1, 2, 11, 12, 13, 14, 21, 22, 23, 31, 32 en 41

1

Interne seal kamer spoeling direct vanaf het hogedruk gedeelte van de pomp (meestal perszijde). De werking is gelijk aan sealplan 11.

  • Afvoeren van de wrijvingswarmte in de sealkamer.
  • Ontluchting van sealkamers bij horizontale pompen.
  • Het reduceren van bevriezing of polymerisatie risico’s.
2 Bij het verpompen van verontreinigde vloeistoffen waarbij geen filter of external flushing kan worden toegepast, wordt soms geen flushing toegepast. Dit is een ”dead end seal”. Door een juiste keuze van de materialen van de glijvlakken kunnen slijtage en andere problemen die door de warmteontwikkeling ontstaan worden beperkt.
11 Circulatie vanaf perszijde via orifice naar het seal. Standaard API plan voor veel enkel seals.

  • Afvoeren van de wrijvingswarmte in de sealkamer.
  • Ontluchting van sealkamers bij horizontale pompen.
  • Het reduceren van bevriezing of polymerisatie risico’s.
12 Circulatie vanaf perszijde via strainer en orifice naar het seal.

  • Afvoeren van de wrijvingswarmte in de sealkamer.
  • Kan licht verontreinigde vloeistoffen aan.
  • Ontluchting van sealkamers bij horizontale pompen.
  • Plan 12 wordt vaak niet aanbevolen i.v.m. onbetrouwbaarheid van strainer.
13 Circulatie van sealkamer naar pomp zuigzijde via flow control orifice.

  • continu Ontluchting van sealkamers bij verticale pompen.
  • wanneer Plan 11 niet kan i.v.m. laag marge tussen pers en sealkamer druk.
  • toepassing bij verticale pompen.
14 Circulatie van perszijde naar sealkamer via flow control orifice en weer terug naar zuigzijde via flow control orifice.

  • zowel medium circulatie als ontluchting.
  • verminderd sealkamer druk.
  • toepassing bij verticale pompen.
21(22) Circulatie van perszijde naar sealkamer via flow control orifice koeler (21). Voor plan 22 wordt ook nog een strainer in de loop gebracht.

  • zelf ontluchtend.
  • bevorderd druk marge t.o.v. dampdruk.
  • bevorderd temperatuur marge t.o.v. secondaire seal elementen.
  • voorziet in voldoende druk verschil voor voldoende stroming. voor warme media.
23 Circulatie van sealkamer naar koeler en terug naar sealkamer.

  • circulatie d.m.v. pompring tijdens draaien en door thermosyphon effect bij stilstand.
  • regelt noodzakelijke druk marge tussen dampdruk en sealkamer druk.
  • voor warme en schone media en warme koolwaterstoffen.
31 Circulatie van perszijde via cyclone separator welke de schone vloeistof naar het seal leidt en de vervuiling terug naar de zuigzijde.

  • verwijderd vervuiling uit het spoelmedium.
  • voor media met vaste deeltjes.
  • soortelijk gewicht van vaste deeltjes moet minimaal 2 keer dat van het medium zijn.
32 Injectie van schone of koude vloeistof van externe bron naar de sealkamer.

  • altijd positieve spoeling.
  • behoud van dampdruk marge.
  • indien toegestaan een van de betere sealplannen.
  • toepassing bij ”smerige” media, en/of hoge temperaturen.
  • toepassing bij kans op polymerisatie en/of media met slechte smeer eigenschappen.
41 Circulatie van perszijde via cyclone separator welke de schone vloeistof via een koeler naar het seal leidt en de vervuiling terug naar de zuigzijde.

  • verwijderd vervuiling uit het spoelmedium.
  • voor warme media met vaste deeltjes.
  • bevorderd temperatuur marge t.o.v. secondaire seal elementen.
  • soortelijk gewicht van vaste deeltjes moet minimaal 2 keer dat van het medium zijn.